Voortdurend wordt gezocht naar manieren om de kwaliteit op de re-integratiemarkt te waarborgen en te verbeteren. Een mogelijkheid is het invoeren van een verplichte certificering van re-integratiebedrijven. Hierover wordt regelmatig gedebatteerd. In een brief aan de Eerste Kamer van 7 juli 2009 geven minister Donner en staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan geen aanleiding te zien voor verplichte certificering. Daarbij wordt onder andere aangegeven dat certificering de toegang tot de markt bemoeilijkt. Dit terwijl de markt nog in ontwikkeling is. De laatste jaren is bijvoorbeeld sprake geweest van een enorme toename van aantal aanbieders op de markt, van 600 à 800 in 2004 tot rond de 2.000 begin 2008.
In 2008 heeft de RWI onderzoek uitgevoerd onder meer dan 1.000 aanbieders op de re-integratiemarkt. De belangrijkste conclusies uit het rapport zijn opgenomen in de‘Re-integratiemarktanalyse 2008’ van de RWI en worden kort ook in de brief aan de Eerste Kamer genoemd. Uitgebreide informatie is te vinden in het onderzoek‘Een markt in beweging’, uitgevoerd door Bureau Astri.
Hoewel certificering op dit moment dus niet verplicht is, kunnen re-integratiebedrijven vrijwillig het Blik op Werk Keurmerk aanvragen. Dit keurmerk maakt de kwaliteit van een deel van de dienstverleners inzichtelijk met prestatie-indicatoren. Daarbij wordt de tevredenheid van klanten en opdrachtgevers gemeten, wordt nagegaan of de aanbieder de afgesproken resultaten nakomt en of de afgesproken doorlooptijd wordt gerealiseerd. Medio 2009 hebben zo’n 225 bedrijven het keurmerk behaald.
De eisen van het Blik op Werk Keurmerk zijn ook zonder verplichte certificering leidend op de markt. UWV (met het nieuwe inkoopkader) en VNG (met een nieuwe modelverordening) hanteren in feite de kwaliteitseisen uit het keurmerk. Hiermee zal de transparantie op de markt worden verbeterd. Toch is er een tendens die kan leiden tot afname van transparantie op een deel van de markt. De re-integratiemarkt ontwikkelt zich namelijk van een markt met een sterke scheiding tussen publiek opdrachtgeverschap en privaat opdrachtnemerschap naar een hybride stelsel, waarin scheiding tussen regie en uitvoering is verdwenen. Gemeenten en UWV kunnen meerdere uitvoeringsvormen kiezen: zelf (een deel van de) re-integratietaken uitvoeren, uitbesteden of samenwerkingsverbanden aangaan. Uit de Omnibusenquête van de RWI onder gemeenten, blijkt dat gemiddeld ongeveer 28 procent van de re-integratiemiddelen in eigen beheer wordt uitgevoerd. De kwaliteit van dit deel van de markt (re-integratieondersteuning geleverd door UWV en gemeenten zelf) wordt niet inzichtelijk gemaakt middels prestatie-indicatoren.