ZOEK

Arbeidsmarkt dreigt nauwelijks van economisch herstel te profiteren

31|03|2005

Dringend maatregelen nodig om opleidingsniveau en arbeidsparticipatie te verhogen

De Nederlandse arbeidsmarkt kampt met enkele structurele problemen, waardoor zij nauwelijks van het gunstiger economische klimaat lijkt te kunnen gaan profiteren. Zo is Nederland slecht voorbereid op de aanstaande pensionering van de babyboomgeneratie, die een grote vervangingsvraag tot gevolg heeft. Dit is niet alleen een kwantitatief, maar juist ook een kwalitatief probleem. De vervangingsvraag betreft in de nabije toekomst grotendeels hoogopgeleide werknemers, terwijl het nieuwe aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt steeds minder aan de stijgende opleidingseisen kan voldoen. Het tekort aan hoogopgeleiden neemt nog verder toe doordat juist onder hen deeltijdwerk in populariteit stijgt. Ook het groeiende aandeel van allochtonen in de bevolking speelt een rol. Allochtonen zijn nog altijd gemiddeld lager opgeleid en nemen minder deel aan de arbeidsmarkt dan autochtonen.

Deze conclusies trekt de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) in zijn Arbeidsmarktanalyse 2005, die vandaag aan minister De Geus en staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aangeboden.
Om de problemen het hoofd te bieden, pleit de RWI voor verhoging van het opleidingsniveau van nieuwkomers op de arbeidsmarkt, voor een ‘scholingsoffensief’ voor de huidige beroepsbevolking en voor betere voorzieningen om vooral hoogopgeleide vrouwen meer in het arbeidsproces te betrekken. Als er niet beleidsmatig wordt ingegrepen, dreigt de arbeidsmarkt onvoldoende te profiteren van het economische herstel. Nederland loopt dan het risico terecht te komen in een situatie die vergelijkbaar is met eind jaren negentig. Ondanks een forse economische groei bleven toen veel kansen onbenut, met als gevolg dat te veel mensen onnodig in een uitkeringssituatie bleven steken.
Mede op basis van deze arbeidsmarktanalyse komt de RWI binnenkort met concrete voorstellen voor de problemen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Later dit jaar volgen voorstellen over scholing & arbeidsmarkt.

Veranderingen op de arbeidsmarkt
Volgens de RWI staat de Nederlandse arbeidsmarkt aan de vooravond van een aantal grote en ingrijpende veranderingen:
 

  • Er dreigt weer krapte op de arbeidsmarkt: de groei van het arbeidsaanbod (werknemers) kan kwantitatief, maar vooral kwalitatief de vraag naar arbeid van werkgevers steeds minder bijhouden;
  • De werkgelegenheid neemt weliswaar in 2005 nog enigszins af, maar zal in 2006 weer gaan aantrekken. De groei betreft dan echter vooral banen voor hoogopgeleiden (hbo- en wo-niveau);
  • De uitstroom van de arbeidsmarkt als gevolg van de vergrijzing is groter dan de instroom van schoolverlaters;
  • De uitstroom van ouderen betreft voor het eerst een evenredig deel hoogopgeleiden. Voorheen waren de uitstromende ouderen relatief lager opgeleid dan de gemiddelde werknemer;
  • Aan de stijging van het gemiddelde opleidingsniveau komt een einde. De nieuwe generatie schoolverlaters is niet langer hoger opgeleid dan de vorige lichting;
  • Een steeds kleiner aantal mensen in de ‘productieve levensfase’ staat tegenover een steeds groter aantal gepensioneerden.


Knelpunten op de arbeidsmarkt

De RWI constateert dat bovenstaande ontwikkelingen tot de volgende knelpunten kunnen leiden:
 

  • De meeste mensen die niet werken, zijn laagopgeleid. Algemene bevordering van de arbeidsparticipatie leidt dus maar gedeeltelijk tot beperking van personeelstekorten die voornamelijk de hoogopgeleiden betreffen;
  • Een toenemend percentage van de hoogopgeleiden is vrouw. Omdat vrouwen meer dan mannen in deeltijd werken, neemt de schaarste aan hoogopgeleiden relatief verder toe;
  • Allochtonen zijn gemiddeld lager opgeleid en nemen minder deel aan de arbeidsmarkt dan autochtonen. Een stijgend aandeel allochtonen in de bevolking leidt dus zonder inhaalslag tot een lagere arbeidsparticipatiegraad en een lager gemiddeld opleidingsniveau.


Wat is nodig?

Om de knelpunten te bestrijden pleit de RWI voor een aanpak op de volgende hoofdlijnen:
 

  • Allereerst moet het kwalificatieniveau van de nieuwkomers op de arbeidsmarkt op alle fronten omhoog;
  • De schooluitval moet bestreden worden, de doorstroommogelijkheden in opleiding moeten toenemen;
  • Omdat aan de bovenkant van de arbeidsmarkt tekorten dreigen, moet onder andere door bijscholing de interne doorstroom binnen bedrijven en beroepen gestimuleerd worden. Hierdoor ontstaan er bovendien vacatures aan de onderkant van de arbeidsmarkt.
  • De randvoorwaarden voor een grotere deelname van vooral vrouwelijke hoogopgeleiden moeten verbeterd worden. Dit betreft met name de voorzieningen voor de kinderopvang. In het algemeen geldt dat de arbeidsduur van deeltijdbanen moet worden vergroot.


Lichtpuntjes

Ondanks bovenstaande ontwikkelingen op de arbeidsmarkt ziet de Raad voor Werk en Inkomen ook lichtpuntjes. Internationaal gezien heeft Nederland nog altijd een relatief jonge bevolking en een relatief goed opgeleide beroepsbevolking. Gelet op de in mondiaal perspectief zeer hoge deeltijdfactor, is er in Nederland in principe veel ruimte om de arbeidsparticipatie te verhogen. Positief is verder dat de vraag naar ongeschoold werk niet sterk hoeft af te nemen. De toenemende koopkracht van (gepensioneerde) ouderen stimuleert de binnenlandse vraag naar particuliere diensten. Voor een niet onbelangrijk deel kan hierin door laagopgeleiden worden voorzien. Zonder een actief beleid wegen deze lichtpuntjes echter niet op tegen de dreigende knelpunten.

Klik hier voor de Arbeidsmarktanalyse 2005 (PDF-bestand 416KB)

De Raad voor Werk en Inkomen is het overlegorgaan van werkgevers, werknemers en gemeenten. De RWI doet voorstellen aan de bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het brede terrein van werk en inkomen. Doel van deze voorstellen is een goed functionerende arbeidsmarkt te bevorderen. Het vergroten van de transparantie van en het verbeteren van de kwaliteit op de reïntegratiemarkt behoort eveneens tot de kerntaken van de RWI.

 

Voor de redactie, niet voor publicatie:
Meer informatie is verkrijgbaar bij Roelof Janssens, hoofd Communicatie bij de RWI, telefoon: 070 789 0 708, 06 536 11 463.