ZOEK

Met maatwerk meer werklozen en WAO’ers aan het werk

08|07|2003

Volgens de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) kunnen, ondanks de slechte economische omstandigheden, meer werklozen en arbeidsgehandicapten naar een baan geleid worden. Noodzakelijk hiervoor is dat het UWV, CWI en gemeenten, de partijen die de sociale zekerheid uitvoeren, meer maatwerk gaan leveren. De RWI doet hiertoe in zijn vandaag gepubliceerde Beleidskader Werk en Inkomen 2003 voorstellen aan minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze voorstellen rusten op een breed draagvlak van werkgevers, werknemers en gemeenten. Kernpunt is het terugdringen van bureaucratie: de RWI wil bestaande regels en voorschriften voor de uitvoerders van de sociale zekerheid schrappen of vereenvoudigen.

De slechte economische situatie heeft directe gevolgen voor de Nederlandse arbeidsmarkt: de werkgelegenheid neemt niet of nauwelijks toe, terwijl de werkloosheid in 2004 naar verwachting stijgt tot ongeveer een half miljoen mensen. De Raad vreest vooral een explosieve groei van de jeugdwerkloosheid. Desondanks constateert de RWI dat er nog steeds tienduizenden vacatures openstaan: vraag en aanbod op de arbeidsmarkt sluiten blijkbaar niet goed op elkaar aan. Door deze negatieve ontwikkelingen dreigen de kosten voor arbeidsmarktbeleid snel op te lopen: meer mensen hebben immers hulp nodig en het kost meer moeite en geld om hen aan een baan te helpen. Tegelijkertijd constateert de Raad dat de overheidsmiddelen voor arbeidsmarktbeleid juist afnemen.

Meer mensen, maar minder middelen voor arbeidsmarktbeleid maakt het doen van heldere keuzes noodzakelijk. Onder het motto ‘Met maatwerk aan het werk’ doet de RWI daarom voorstellen voor een zo effectief mogelijke inzet van de schaarse middelen. Centraal staat daarin dat de uitvoerders van de sociale zekerheid maximaal ruimte krijgen om maatwerk te leveren aan hun cliënten. Door het schrappen van overbodig gedetailleerde en ingewikkelde regels en het schrappen van onnodige administratie en bureaucratie, kunnen zij meer capaciteit vrijmaken voor bemiddeling van cliënten naar werk. De uitvoering van de sociale zekerheid is door de huidige wet- en regelgeving vooral gericht op de administratie in plaats van op de begeleiding van cliënten. De RWI kiest nu bewust niet voor weer nieuwe wet- en regelgeving, maar juist voor aanpassing, vereenvoudiging of afschaffing van bestaande regels.

Voorstellen
Om de arbeids- en reïntegratiemarkt beter te laten functioneren doet de RWI aan minister De Geus onder andere de volgende voorstellen:

- De ‘sluitende aanpak’ (door scholing en bemiddeling voorkomen dat mensen langdurig werkloos worden) komt in een tijd van stijgende werkloosheid, minder budget en duurdere reïntegratietrajecten als gevolg van het principe ‘no cure no pay’, onder druk te staan. De RWI stelt daarom onder andere afschaffing voor van de verplichting voor CWI om werklozen te ‘faseren’. Door deze fasering doorlopen alle werklozen dezelfde procedure, met bijbehorende administratie en onnodige bureaucratie. Afschaffing van de verplichte fasering levert CWI veel capaciteit op om werklozen meteen te bemiddelen naar werk.

- Daarnaast blijkt niet te achterhalen hoe ‘sluitend’ de sluitende aanpak is. In ieder geval is wel duidelijk dat heel veel werklozen zelfs na een jaar nog geen bemiddeling of scholing hebben gekregen. De RWI stelt daarom voor de uitvoerders (gemeenten, UWV) alleen nog maar af te rekenen op het aantal werklozen dat jaarlijks langdurig werkloos wordt, zónder dat inspanningen zijn verricht om dat te voorkomen. Uitvoerders hoeven hierdoor bijvoorbeeld geen administratie te voeren over deelprestaties, zodat ze meer ruimte krijgen voor het eindresultaat: succesvol maatwerk leveren aan individuele cliënten.

- Voor arbeidsgehandicapten die weer aan het werk willen en kunnen bestaat er een dubbele barrière: zelf lopen ze het risico de zekerheid van hun uitkering te verliezen en hun potentiële werkgevers zijn beducht voor de eventuele risico’s (verzuim, ziekte, lagere arbeidsproductiviteit) om hen aan te nemen. Om de arbeidsparticipatie van arbeidsgehandicapten te stimuleren stelt de RWI daarom voor om een eenvoudige loonkostenfaciliteit in te voeren voor werkgevers die een arbeidsgehandicapte in dienst willen nemen. Daarnaast stelt de RWI voor om het ‘no risk principe’, waardoor de financiële risico’s voor werkgever en werknemer beperkt worden, uit te breiden.

- In het verlengde hiervan stelt de RWI voor, om te voorkomen dat er keer op keer aparte faciliteiten voor verschillende doelgroepen ingesteld worden (zoals recentelijk met betrekking tot bestrijding van de jeugdwerkloosheid), om bovengenoemde loonkostenfaciliteit het karakter te geven van een eenduidige regeling voor zowel arbeidsgehandicapten als langdurig werklozen. Hierdoor wordt de regelgeving voor werkgevers ook eenvoudiger, omdat met dit voorstel twee bestaande loonkostenregelingen (REA premiekorting, WIW-werkervaringsplaats) kunnen komen te vervallen.

- Om de reïntegratie van arbeidsgehandicapten te bevorderen stelt de RWI voor dat uitkeringsinstantie UWV zich vooral gaat richten op mensen die hiervoor gemotiveerd zijn. Het UWV moet daartoe de reguliere WAO-herkeuringen beter gaan uitvoeren. Daarbij moet vooral beoordeeld worden of mensen kansen hebben om weer aan het werk te gaan en of ze zonodig ondersteuning nodig hebben. Het UWV wordt vervolgens zélf beoordeeld op de mate van werkhervatting na de herbeoordelingen. Daarnaast moet het UWV meer ruimte krijgen om zijn beschikbare artsen en arbeidsdeskundigen tussentijds zo gericht mogelijk in te zetten voor de zogeheten ‘professionele herbeoordelingen’. Dit kan zonodig gebeuren ten koste van de wettelijk verplichte herbeoordelingen.

- Het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet bevat het voornemen om met het oog op de nieuwe WAO vanaf 2005 het REA-budget (Reïntegratie Arbeidsgehandicapten) te verlagen. Het zou dan gaan om een bedrag van € 250 miljoen, bijna de helft van het nu beschikbare budget. De RWI verzet zich hiertegen. Mocht het kabinet dit voornemen toch doorzetten dan is de Raad van mening dat verlaging van premies hiervan het gevolg moet zijn. Het REA-budget wordt namelijk volledig gefinancierd uit werkloosheid- en arbeidsongeschiktheidspremies, die door werkgevers en werknemers worden opgebracht.

- ‘No cure-no pay-financiering’ voor reïntegratietrajecten heeft op dit moment een aantal risico’s, zoals te weinig scholing voor mensen die het écht nodig hebben en ‘afroming’ waardoor moeilijke cliënten niet geholpen worden. De RWI stelt daarom voor dat het UWV niet alleen de aanbesteding, maar ook de uitvoering van de contracten uit de eerste aanbesteding 2003 evalueert op de door de Raad gesignaleerde risico’s.

De RWI bepleit bij reïntegratietrajecten een heldere doelgroepindeling op basis van kenmerken die relevant zijn voor de arbeidsmarkt, zodat reïntegratiebedrijven een betere inschatting van de risico’s kunnen maken en scherpere offertes kunnen uitbrengen. Dit voorkomt onnodige prijsopdrijving en afroming.

Bijlagen:
Klik hier (Pdf 537KB) voor het integrale beleidskader 2003.



 

Voor de redactie, niet voor publicatie:
Meer informatie kunt u verkrijgen via Roelof Janssens, hoofd Communicatie bij de RWI, telefoon: 070 789 0 708 of 06 536 11 463.