Theater Diligentia barstte bijna uit haar voegen. Zo’n 450 mensen waren op het Najaarscongres van de RWI afgekomen. Het was ‘duwen en trekken’: letterlijk en figuurlijk. De inzetbaarheid, flexibiliteit en mobiliteit op de arbeidsmarkt stonden centraal. Minister Donner verwoordde het zo: “Mensen zijn flexibel, maar hebben in gelijke mate behoefte aan zekerheid. Stress, risico’s en inspanning moeten gecompenseerd worden door rust, ontspanning en vaste, vertrouwde gewoonten. Dat zijn geen communicerende vaten, maar keerzijden van dezelfde medaille. Alleen, flexibiliteit en zekerheid – en de invulling daarvan – veranderen wel met de tijd.”
Jan van Zijl (voorzitter RWI), minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en oud-premier Ruud Lubbers
Onder leiding van congresvoorzitter Eva Kuit bogen de ‘arbeidsmarktprofessionals’ zich op woensdagmiddag 14 november over de actuele sociaal-economische thema’s. ‘Het is altijd wat met de arbeidsmarkt’, zo begon de aankondiging van de RWI van zijn Najaarscongres ‘Duwen en trekken’. En dáárover was iedereen het wel eens. Maar over de oplossingen…
‘Zweten’ Minister Piet Hein Donner van SZW opende met de constatering dat er altijd al gemengde gevoelens zijn geweest over de arbeidsmarkt. “Het begon ‘in den beginne’ met de zondeval: Adam werd immers veroordeeld tot ‘zweten zul je voor je brood’.” Via de Middeleeuwen en de Franse Revolutie kwam de bewindspersoon bij de actualiteit: “Behouden, bevorderen en re-integreren, daar zal het de komende tijd om gaan. Het behouden van ouderen voor de arbeidsmarkt, het bevorderen om deeltijd uit te breiden en het terugbrengen van mensen die geruime afstand hebben tot de arbeidsmarkt. En dan niet alleen in kwantitatieve zin, maar ook in kwalitatieve zin. Veel meer dan nu zullen werknemers daarom op het werk geschoold en getraind moeten worden.”
Dubbel effect “Het arbeidsaanbod is de komende jaren ons grootste vraagstuk”, zo vervolgde Donner. “En dat is meer dan alleen werkgelegenheid. Werkgelegenheid is een voorwaarde, maar werk zal er de komende jaren vermoedelijk wel zijn: vanwege de groei van de economie, de krimp van het arbeidsaanbod en het gebrek aan gekwalificeerde arbeid. Vergrijzing heeft echter een dubbel effect. Enerzijds worden bedrijven en hele bedrijfstakken geconfronteerd met een toenemende uitstroom van ouderen. En dat gaat ook essentiële maatschappelijke functies raken: onderwijs, zorg en veiligheid. Het lerarenprobleem is nog maar het eerste symptoom. Anderzijds zal de arbeidsparticipatie structureel hoger moeten zijn om de groei vast te houden en de kosten van vergrijzing te kunnen betalen.”
‘Beklemming’ Verwarring. Zo betitelde oud-premier Ruud Lubbers zijn gevoel over de situatie op de arbeidsmarkt. Volgens hem is er momenteel in de Nederlandse verhoudingen een ‘beklemming’ waardoor er geen ruimte bestaat voor creativiteit die voor een oplossing noodzakelijk is. “De Nederlandse economie heeft zich succesvol ontwikkeld, maar er zijn knelpunten die schijnbaar niet tot een oplossing zijn te brengen. Het gaat nu over het ontslagrecht en de verdergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt, maar volgens mij frustreren andere vraagstukken de bereidheid bij vooral werknemers om nu over flexibilisering van het ontslagrecht te praten.”
Gouden handdrukken Lubbers deinsde er niet voor terug concreet te worden: “Deze vraagstukken gaan over de optieregelingen, gouden handdrukken en het overgaan van winstgevende Nederlandse bedrijven in buitenlandse handen.” De oud-premier bekritiseerde de eenzijdige opstelling van grote werkgevers die klagen over belastingmaatregelen die hoge inkomens raken, zoals het voornemen om de pensioenopbouw te beperken. Lubbers zou graag zien dat ze zich ook sterk hadden gemaakt om iets te doen aan de ontslagvergoeding voor topmanagers: “Daarmee kunnen ze een belangrijk signaal afgeven dat ze aandacht hebben voor en iets willen doen aan de bestaande onvrede bij de werknemers. Door de discussie over het ontslagrecht te verbreden met dit soort zaken, kunnen we gemakkelijker tot creatieve oplossingen komen.”
John RWI-voorzitter Jan van Zijl presenteerde de uitkomsten van de Arbeidsmarktenquête 2007. Hij sloot af met het verhaal van John. “Een man met een levensverhaal. Eind veertig, altijd vrolijk, schoonmaker in het pand van de RWI. Dat zou hij de rest van zijn leven dan wel blijven, zou je denken. Misverstand. Een werkgever durfde in hem te investeren en na een korte opleiding is John nu de trotse bestuurder van een kraanwagen. Hij is hét bewijs dat het rendeert: investeren in oudere werknemers”, zo concludeerde Van Zijl.
Aanpassingsvermogen Het woord was na de pauze aan twee columnisten, die vervolgens met de zaal in discussie gingen. Wim van de Donk, voorzitter Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, stelde: “Uit de discussie over het ontslagrecht blijkt dat de focus bij werknemers nog altijd sterk gericht is op baanzekerheid. Dit leidt tot een weinig flexibele opstelling. De discussie gaat over oude risico’s en is veel te beperkt. De arbeidsmarkt stelt echter nieuwe eisen, waaraan voldaan moet worden door zowel werkgevers als werknemers. Dit vraagt om een verbreding van de discussie. Een flexibele arbeidsmarkt vraagt om aanpassingsvermogen van de spelers op deze markt.” Van de Donk vindt dat het beroerd is gesteld met het innovatie- en aanpassingsvermogen op de Nederlandse arbeidsmarkt. “Om de flexibilisering daadwerkelijk te vergroten, moet de focus worden gericht op werkzekerheid. Werkzekerheid vraagt om nadenken over het afdekken van nieuwe risico’s. Een grotere kans op het verliezen van een baan moet gepaard gaan met het vertrouwen dat er snel weer een andere baan kan worden gevonden.”
Mismatch De Arbeidsmarktenquête van de RWI was er dit jaar weer glashelder over: er schort veel aan de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Jos Leenhouts, voorzitter College van Bestuur van de Mondriaan onderwijsgroep, relativeerde deze uitkomst: “Als het onderwijs ervoor kiest om het programma aan te passen aan de concrete vraag vanuit het bedrijfsleven, dan klinkt het verwijt dat er een gebrek is aan algemene kennis van de leerlingen. Als in reactie daarop de theorie wordt aangepast, is het bedrijfsleven kritisch. Immers, het onderwijs is te weinig specifiek toegesneden op de vraag vanuit het bedrijfsleven.”
Congresvoorzitter Eva Kuit en Wim van de Donk, voorzitter Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
“Een perfecte aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven is daarom niet mogelijk en zelfs niet wenselijk. Er is altijd een vertragingsfactor, omdat met onderwijs tijd gemoeid is. En het is niet wenselijk omdat onderwijs een bredere doelstelling heeft dan specifiek opleiden voor – een specifieke functie binnen – een bedrijf.” Opvallend vond de ROC-topvrouw het verder dat in het bedrijfsleven wel de wens bestaat om te investeren in jonge mensen en eventueel zelfs in risicojongeren, maar vrijwel niet in het oudere zittende personeel: “Dit laatste is nu juist essentieel om de inzetbaarheid op peil te houden of zelfs te vergroten.”
Scheve verdeling De hoofdinzet moet volgens Leenhouts zijn: goede, flexibele scholing voor werkenden. In enkele sectoren gaat dat al goed, in de MBO-zorg bijvoorbeeld. Andere opleidingsgebieden blijven echter nog achter. Ook wees ze op de ‘scheve verdeling’ in de deelname aan leven lang leren: veel jongeren en hoogopgeleiden, weinig ouderen en laagopgeleiden. Leenhouts noemde Eerder Verworven Competenties als zeer nuttig voor Leven Lang Leren, maar waarschuwde dat EVC veel weerstand oproept bij vooral laagopgeleide werknemers. Die vrezen vooral te horen wat ze allemaal niet kunnen, in plaats van wél kunnen. Van de Donk vond in aanvulling hierop meer ruimte voor niet-functiegerichte scholing gewenst, dus ruimte voor scholing die vooral mobiliteit dient. En bij het zoeken naar oplossingen voor de actuele knelpunten moet een verbreding van het denken gericht op nieuwe pakketten rondom werk, scholing en ontslag centraal staan. “Alles bij elkaar is het nodig nieuwe zekerheden te ontwikkelen”, stelde de WRR-voorzitter.
Oor te luisteren leggen Dominee Eppe Gremdaat had de uitdagende taak om de zaal aan het eind van de middag nog één keer op scherp te krijgen. Na het vertrouwde intro “Duwen en trekken…, kent u die uitdrukking?” bleek dat voor hem een koud kunstje. Gremdaat hield een indringende en humorvolle preek, waarvan de hoofdboodschap voor arbeidsmarktprofessionals én samenleving tegelijk moeilijk, maar toch ook gemakkelijk is. “Leg uw oor te luisteren bij de ander. En heb begrip voor elkaars standpunten.” Applaus was zijn deel.
Foto’s: Fotobureau Hendriksen/Valk