ZOEK

Allochtonen

Waarom aandacht voor de arbeidsmarktpositie van allochtonen?

De arbeidsmarktpositie van allochtonen is gedurende de eerste jaren van dit millennium duidelijk verbeterd. Toch hebben allochtonen ook in deze periode een flinke achterstand op autochtonen behouden. Zo was hun werkloosheidspercentage in 2010 meer dan tweemaal zo hoog als het werkloosheidspercentage onder autochtone Nederlanders (13 procent versus 5,5 procent). Daarnaast zijn allochtonen vaker werkzaam op lagere beroepsniveaus dan autochtonen.

De diversiteit tussen allochtone subgroepen onderling is enorm. Maar voor bijna alle allochtone subgroepen is er sprake van een ongunstige arbeidsmarktpositie. Het aanpakken daarvan is noodzakelijk, zowel om economische als om sociale redenen. Er mogen immers geen groepen (bewust of onbewust) worden buitengesloten. Ook zullen de tekorten op de arbeidsmarkt na de economische crisis mogelijk terugkeren, waardoor iedereen – autochtoon én allochtoon – nodig is.

Gemiddeld hebben allochtonen een lager opleidingsniveau dan autochtonen; ook beheersen zij de Nederlandse taal gemiddeld slechter. Daarmee behoren zij tot de risicogroepen op de arbeidsmarkt, die in een neerwaartse economie vaak als eerste hun baan dreigen te verliezen. Ook in de huidige economische crisis is dit patroon weer te zien.

De voortijdige schooluitval is vooral onder allochtone jongeren hoog. De kans dat zij voortijdig uitvallen is ruim anderhalf keer zo groot als voor autochtone jongeren. Eenmaal uitgevallen hebben allochtone jongeren een veel grotere werkloosheidskans. Vinden ze wel werk, dan komen ze vaak terecht op tijdelijke, conjunctuurgevoelige banen. In 2010 was de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen van 15 tot 25 jaar inmiddels gestegen tot 23 procent, een stijging van 6 procent vergeleken met twee jaar eerder en meer dan dubbel zo hoog als de werkloosheid onder autochtone jongeren (10 procent).

Een hogere opleiding helpt wel, want niet-westerse allochtonen met een diploma uit het hoger onderwijs hebben een veel lager werkloosheidspercentage (9 procent in 2010) dan niet-westerse allochtonen met slechts een middelbare of lagere schoolopleiding (12 versus 16 procent). Maar onder hogeropgeleide allochtonen is het werkloosheidspercentage wel driemaal zo hoog als onder hogeropgeleide autochtonen (3 procent in 2010).
 

Wat doet de RWI op dit terrein?

De RWI onderzoekt hoe de arbeidsmarktpositie en de arbeidsparticipatie van allochtonen verbeterd kunnen worden en adviseert daarover. Speciale aandacht besteedde de RWI aan de arbeidsmarktpositie van hogeropgeleide allochtonen (2006) en aan de arbeidsparticipatie van allochtonen binnen de zorgsector (2008).

In het RWI-advies 'Hogeropgeleide allochtonen op de arbeidsmarkt' (2006) concludeert de RWI dat de achterstand van hogeropgeleide allochtonen vooral veroorzaakt wordt door niet heel forse, maar wel reële belemmeringen, zoals een mindere taalbeheersing, een bescheidener opstelling tijdens sollicitatiegesprekken en een minder relevante of perspectiefvolle stage.
Relatief is de arbeidsmarktpositie van hogeropgeleide allochtonen wel beter dan die van lageropgeleide allochtonen. De RWI adviseert daarom om de doorstroom naar hogere onderwijsvormen (met name van mbo naar hbo) te bevorderen. Verder moet studieuitval onder allochtonen in vooral het hbo bestreden worden. Beter advies over de studiekeuze, betere begeleiding tijdens de studie en gerichte arbeidsmarktvoorlichting zijn dus nodig. Ook zouden allochtonen actiever moeten zijn in studentenverenigingen.

In het RWI-advies 'Diversiteit in de zorg vraagt om doorpakken' (2008) concludeert de RWI dat de participatie van allochtone vrouwen in de zorg te laag is, met name van Turkse en Marokkaanse vrouwen. Gericht werven van deze groep vrouwen biedt veel kansen en mogelijkheden om personeelstekorten terug te dringen. Ook kan zo de kwaliteit van zorg aan allochtone patiënten verbeteren.

De RWI roept sectorale organisaties op tot ontwikkeling van een gemeenschappelijk actieplan en doet suggesties voor de inhoud daarvan. Daarbij ligt de focus op het vergroten van de instroom vanuit het initiële onderwijs. Bij de studie- en beroepskeuzebegeleiding op het vmbo moet daarom betere voorlichting gegeven worden over arbeidsmarktperspectieven. Meer aandacht moet worden besteed aan culturele aspecten van werken in de zorg; ook aansprekende rolmodellen kunnen helpen. Effect wordt ook verwacht van gerichte acties onder de allochtone gemeenschap.

Naar aanleiding van het advies heeft de RWI op 9 april 2009 een platformbijeenkomst over diversiteit in de zorg georganiseerd voor de organisaties die in het advies worden geadresseerd. Van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt.