Het nut en de noodzaak dat meer mensen langer doorwerken wordt inmiddels door de meeste deelnemers aan het vergrijzingsdebat onderkend. ‘Langer doorwerken’ is ook uitgangspunt van het kabinetsbeleid. Voorbeelden hiervan zijn de recente kabinetsvoorstellen om de AOW-leeftijd te verhogen en enkele jaren terug de maatregelen om eerder stoppen met werken te ontmoedigen (het verminderen en schrappen van de fiscale voordelen van VUT en prepensioen). Mede door deze laatste maatregelen is de arbeidsdeelname van 55-plussers de afgelopen jaren sterk gestegen.
Bekend is echter dat ouderen, wanneer zij eenmaal uit het arbeidsproces verdwijnen, veelal niet meer terugkeren, en moeite hebben om een nieuwe baan te vinden. De werkhervattingkansen van werkloze werkzoekende ouderen zijn gering. Ouderen zijn daardoor oververtegenwoordigd onder de langdurig werklozen. Met het oog op de noodzakelijke arbeidsparticipatie op de langere termijn is het van belang dat alles in het werk wordt gesteld om het werkloos worden van ouderen te voorkomen en de re-integratie van werkloze en arbeidsongeschikte ouderen te verbeteren.
De RWI heeft het thema ouderen regelmatig op de agenda. In 2010 en 2011 legde de RWI het accent op werkloos werkzoekende ouderen.
Oudere werknemers worden minder snel werkloos dan jonge werknemers, maar eenmaal werkloos blijkt het moeilijk voor ouderen om weer werk te vinden. In de analyse ‘G(oud)! Kansen creëren voor werkloze ouderen' heeft de RWI geanalyseerd waarom het oudere werklozen zelden lukt om het werk duurzaam en op passend niveau te hervatten. De RWI meent dat een deel van de oplossing zit in het wegnemen van onjuiste beeldvorming bij werkgevers. Het beeld bestaat dat ouderen minder productief en flexibel zijn, en vaker ziek. De RWI vindt het belangrijk om deze stereotypering weg te nemen. Ook zou de werkgever moeten kijken naar wat ouderen juist toevoegen, zoals ervaring, loyaliteit en nauwkeurigheid.
In opdracht van de RWI verrichte het CBS twee deelonderzoeken. In De arbeidsmarktpositie van ouderen is op basis van de Enquête Beroepsbevolking gekeken naar de mate waarin ouderen zonder baan nog willen werken, en daar ook in slagen. In Ouderen zonder baan, één jaar later is aan de hand van het Sociaal Statistisch Bestand verder ingezoomd op de kans op werk van oudere werklozen. Daarnaast laat de RWI kwalitatief onderzoek doen onder oudere werklozen die erin zijn geslaagd om werk te vinden. De resultaten hiervan zijn waarschijnlijk in het najaar van 2011 beschikbaar.
Niet alleen voor ouderen die werkloos worden is het afscheid van het arbeidsproces vaak definitief, dat geldt ook voor ouderen die gebruik maakten van vervroegde uittredings- en prepensioenregelingen. In 2009 heeft de RWI onderzoek gedaan welke vervroegd uitgetreden werknemers onder welke condities weer geheel of gedeeltelijk aan het werk kunnen en willen gaan. Over de resultaten wordt verslag gedaan in het rapport 'Herintreding van vroeggepensioneerden' dat in september 2009 is gepubliceerd.
In de Arbeidsmarktanalyse 2008 is een themahoofdstuk gewijd aan de positie van oudere werkenden en werkzoekenden op de arbeidsmarkt. Tevens heeft de RWI in 2008 onderzoek verricht naar de arbeidsmarktkansen van oudere uitkeringsgerechtigden en de effectiviteit van de re-integratietrajecten die voor deze doelgroep worden ingezet (45-plus en 55-plus in de SUWI-keten). Het onderzoek laat zien dat de kans op het vinden van een baan voor de groep 55+ klein is: slechts 30 procent stroomt uit naar werk.